Waar de naam Berta met de ganzevoet vandaan komt.

Mijn tweede naam is Huberta en in mijn kindertijd geneerde ik mij er een beetje voor. De klank voelde zo boers en liever had ik Hubertina geheten, waarbij ik in mijn fantasie rondjes draaide als een danseresje. Oma werd Bertje genoemd en daar zat ik nu mee opgescheept. Zij was geen harde werker maar had wel een mooie verbinding met kamerplanten en waardeerde mijn hobby om zo veel mogelijk groene stekken in mijn kamer te verzamelen toen ik een jaar of 14 was. Je moest echt voorzichtig bij mij rondgaan want overal stonden en hingen potjes en bakken.

Jaren later, toen ik al in het dorpje Austerlitz woonde, nam ik haar wel eens mee voor een autoritje in de bossen. De laatste keren verzuchtte ze steeds dat het allemaal zo groen was, wanneer ze naar buiten keek. Ze vond het zo saai en het leven was al zo eentonig voor haar. Ik begreep haar heel goed want ze had er immers geen deel meer aan? Als een toeschouwer werd ze door dit groene decor heengereden. Graag had ik haar willen laten tasten en ruiken om de interesse weer te wekken. Daar was de gelegenheid niet voor en tevens was ze al aan het loslaten van het aardse leven en dat zat mij lang dwars.

Daar werd wel een kiem gelegd voor mijn latere verlangen om dit in mijn beroepsleven met mensen te gaan begeleiden.

Doordenkend over haar naam herinnerde ik mij de moeder van Karel de Grote die in de mythologische verhalen rondom deze bekende keizer afgeschilderd wordt als een wijze vrouw, diep verbonden met de aardewijsheid, hoedster van moeder en kind en het contact met de gestorvenen.

De titel van de verhalen van moeder de gans wijzen ook naar haar terug. Ze wordt ook vrouwe Perth of vrouw Holle genoemd.

Wat willen die ganzenvoeten nu van haar zeggen? Er wordt gespeculeerd dat ze met klompvoeten geboren is, als mismaakte en dat ze dus helemaal niet kon lopen. Zo was ze als beeld juist niet met de aarde verbonden en in de gelegenheid zich te wijden aan het waarnemen en doorgeven van kosmische wijsheid. Een ander beeld is dat ze intensief aan het spinnenwiel draden spon en van het wiel aandrijven een platvoet overhield. Het spinnen staat in de oude wijsheden voor het vasthouden van de levensdraad en het volbrengen van je lotsbestemming.

Wanneer ik koortsig ziek ben doe ik ook niets liever dan wol spinnen of als het weer het toelaat, een rustige wandelmeditatie. Ziekzijn betekent even uit je bestaan van alledag stappen, pas op de plaats maken en je levensdraad weer oppakken. Spinnen kan daar bij helpen.

Voor mij zij deze drie beelden goed te combineren als een verbinding van aarde en kosmos waarbij ik via mijn therapieaanbod een evenwicht wil scheppen.

Wanneer ik naar de plantenfamilie van de ganzevoet kijk, vind ik hem veelvuldig als “onkruid” terug, vaak op verwaarloosde plaatsen. Ook is het al bij de Romeinen bekend in gecultiveerde vorm als eetbare bladgroente, één variëteit nog onder de naam Brave Hendrik. Het is een gezonde spinazieachtige en op dezelfde wijze te bereiden. Overige familieleden werden in de vroegere kruidengeneeswijzen toegepast vanwege hun beschermende werking met name in de ingewanden en de longen.